De Bourgogne
De Bourgogne beslaat een groot gebied en het klimaat varieert van koel continentaal in het noorden tot gematigd continentaal verder naar het zuiden. Het is een van de oudste wijngebieden in Frankrijk waar al in de middeleeuwen door de monniken wijn werd verbouwd. De pinot noir druif en de chardonnay druif hebben hun oorsprong in de Bourgogne en tot de dag van vandaag wordt bijna uitsluitend wijn gemaakt van deze twee druiven; het is nog altijd de standaard waaraan andere wijnen gemaakt van deze druiven worden afgemeten. Deze eenvoud van de druivensoorten contrasteert met de extreme varieteit aan microterroirs, ‘climats’ genaamd (meer dan 600) die bepalend zijn voor ede immense varieteit aan Bourgondische wijnen. De bodem op de hellingen is doorgaans ondieper met een betere waterafvoer, terwijl de bodem op het vlakke land dieper en vruchtbaarder is.
De Bourgogne wordt ingedeeld in vijf wijngebieden, van de in het noorden gelegen wijngaarden van de Yonne (die de Chablis voortbrengen), de Cote de Nuits en de Cote de Beaune (samen de Cote d’Or), de Cote Chalonnaise tot de Maconnais in het zuiden.
Klassieke pinot noir uit de Bourgogne heeft in zijn jeugd smaken van rood fruit, die in de rijping smaken van aarde, wild en paddenstoelen ontwikkelt. Ze heeft doorgaans een relatief hoog zuurgehalte met lage tot gemiddelde tannines, maar dat hangt sterk af van de grond, de wijnmaker en het oogstjaar. Bijna alle wit wordt gemaakt van chardonnay. Het karakter varieert sterk van de slanke, stalige door zuren gekenmerkte wijn uit de Chablis, de expressieve wijnen uit de Côte d’Or (vooral Côte de Beaune dus) tot de vollere, rijpere wijnen uit de Macon in het zuiden.
Chablis – een kalkstenen terroir gunstig voor de chardonnay - 6000 ha groot, 275.000 hl wijn. Omvat de gemeente Chablis en 19 aangrenzende gemeenten. Steile hellingen langs de beide oevers van de Serein, een zijrivier van de Yonne. De kalsteenbodem in combinatie met het landklimaat geven de wijn haar typische mineraliteit, met aroma’s van vuursteen, kiezel, krijt, en sensaties van spanning, directheid en levendigheid. Beste wijnen van hellingen op het zuiden.
De Cote de Nuits – een terroir gunstig voor de pinot noir - 1800 ha, 72.500 hl wijn Vooral beroemd om de rode wijn. Alle grand crus op één na uit de cote de nuits. Volste body en langste bewaarpotentieel. Strekt zich uit ten zuiden van Dijon, tussen Marsannay en Corgoloin, als een lange smalle strook van maximaal een paar honderd meter breed, met steile hellingen met bomen en rotsen. Het landklimaat is kouder dan de Cote de Beaune door de koude droge wind. Een gevel van heuvels op de het zuiden, zacht glooiend. Terroir is een millefeuille van kalksteenlagen die niet te dun en niet de dik zijn, gunstig voor de pinot noir. 90% rode wijn. De wijn van de pinot noir heft de meeste structuur van de Bourgogne en kan lang bewaard worden. De Cote e Nuits herbergt de meeste grand crus (24) uit bv Gevrey-Chambertin, Vougeot, Vosne-Romanéen en Nuits-saint-Georges.
Cote de Beaune – een gevarieerd terroir, gunstig voor zowel wit als rood – 3900 ha, 160.000 hl Vooral beroemd om de witte wijn. Alle grand crus op één na uit de cote de beaune. Vanaf de cote de Nuits zuidwaarts ligt de cote de Beaune tot het plaatsje Cheilly les maranges, op een strook van 1-2 km breed. De vochtige winden in de streek leidt tot een snellere rijping. Heuvels doorregen door brede kreken zoals de Saint-Romain. Het terroir is gevarieerder dan in de cote de nuist en bestaat uit verschillende kalsteen- en mergelbodems, die vaak gunustig zijn voor de chardonnay. Maar hoewel de cote de Beaune bekend staat om zijn grote rijke vette witte wijnen met een groot bewaarspotentieel, produceert zijook geweldige rode wijnen in het noorden, in de heuvels rond Corton. De 7 grand crus van de cote de Beaune komen van de heuvels rond Corton in het noorden van de regio (vooral rood) en de heuvels rond Puligny (uitsluitend wit).
Cote Chalonnaise – een regio voor zowel rood als wit – 1800 ha, 72.500 hl De cote chalonnaise ligt ten zuiden van de cote de Beaune, tussen de plaatsjes Chagny en St Gengoux le National. Er heerst een gematigd landklimaat in deze regio van lage heuvels, ten westen van de Saone-vallei, met kalkstenen bodem met hier en daar mergel. Naast de pinot noir en de chardonnay doe took de aligoté druif het hier goed. Het is tevens de bakermat van de crémants, met haar oorsprong in Rully. Hogere ligging dus latere oogst en rijping minder betrouwbaar; wijngaarden minder consistent op het oosten gericht.
Maconnais – iconische rotsen voor prestigieus wit – 2100 ha, 101.500 hl wijn De spectaculaire rosten van Soultré en Vergisson, gelegen op het zuiden, met kalkstenen bodems, zijn de bakermat van de meest prestigeuze witte wijnen met de AOC Puilly-Fuissé. De dorpen Viré en Clessé kennen een lange traditie van de productie van zoete wijnen, door de nabijheid van de Saone en de ochtendmist die de juiste omstandigheden bidet voor edele rot. Toastachtige houtsmaken. De Maconnais strekt zich uit tussen Tournus en Macon en wordt wel dewijnzolder van de Bougogne genoomd. Het landschap kenmerkt zich door heuvels met kalksteen en mergelbodems die zeer gunstig zijn voor de chardonnay (85% van de productie). De Maconnais belichaamt de Zuid-Bougogne met het continentale klimaat met zuidelijke luchten die een vroegere rijping van de druiven veroorzaken. Goede balans van groene appel of citrusfruit, gemiddlede zuren, volle body, hint van romigheid door MLF. Rode wijn jong en fruitig en bedoeld om jong te drinken (Gamay en pinot noir), Macon-Villages (in vergelijking met Macon) vaak meer rijpheid, body en karakter. Indien ook nog naam van een specifieke gemeente, bijv Lugny, zijn uitstekend.
Deze fragmentatie van het gebied heeft geleid tot een hierarchie van bourgondische wijnen die nergens ter wereld zo uitgebreid en schijnbaar complex is. Toch zit er een navolgbare logica in. Om te beginnen mogen alle wijnen uit de Bougogne mogen op het etiket de naam ‘Bourgogne’ dragen. Daarna zijn er vier niveaus van beschermde titels: de AOC’s regionales (meer dan 50% van de productie); voorbeelden zijn de Hautes-Cote-de-Nuits, de cote-d Ór, Macon-Villages. De ‘AOC’s communales’, ook wel ‘AOC villages’ genoemd (30% van de productie); bijvoorbeeld Nuits-St-Georges, Pommard, Meursault, Puligny-Montrachet, Viré, Clessé. Binnen de AOC’s communales bestaat nog de hierarchie van de premiers crus (10% van de Bougogne wijnen) en de grand crus. De AOC Villages liggen vaak onderaan de helling of op vlak terrein, terwijl de premiers crus en grand crus AOC’s vak halverwege de helling liggen; die worden minder snel getroffen door vorst. De hellingen van de hoogste niveau liggen vaak op het zuiden of oosten, wat bescherming biedt tegen de heersende westenwind Chardonnay, Pinot Noir, beetje Aligoté, wat Gamay